Paul Bezembinder

Paul Bezembinder

Tot Penelope

Mijn lief, ik heb die hele coterie
nu neergeschoten met mijn boog
maar daarmee is mijn jaloezie,
de woede dat jij mij bedroog

Ithaka nog niet uit. Jij zit mij veel
te zedig naast jouw weefgetouw!
Neem nou jouw allerlaatste mail,
en grijns niet zo, ik hou van jou,

met tijdingen inzake Atreus’ huis,
de spoel die in jouw handen glijdt,
je vingers vaardig maar toch kuis,
en telkens weer jouw stil verwijt

dat veiligheid een issue voor me is,
dat ik hier thuis steeds lijken zie,
en zelfs Kalypso mis … En nou?
Toch maar relatietherapie?

Paul Bezembinder

Wederkeer

Het is nu meer dan dertig jaar
geleden, lief, dat ik hier was …
Maar toch, het is alsof ik haar
zie staan, alsof nu zij hier was.

Ginds zie je, in de verte daar,
waar groen in grijstint overgaat,
hoe regenslag het landschap slaat,
en wij, wij staan hier zonder jas.

Paul Bezembinder

De thuiskomst van Odysseus

Genezen van een depressie is met pensioen
gaan, een vader worden van jezelf. Je koopt plots
orchideeën voor in de kamer, een pompoen
voor in de tuin. Vreugde dat jij het Oordeel Gods

hebt weten te overleven contrasteert met
de verwarring van je vrouw: een vreemde vogel
eist zijn ruimte op in huis, wil spelen in bed,
ontregelt volstrekt het huishouden door kogel-

biefstukken te bakken op momenten dat het
in háár keuken net niet schikt. Als God niet bestaat
is alles toegestaan, al lukt er niks … maar met
de komst van het licht merk je: nee, niet alles gaat

of mag zomaar – maar mogelijkheden zijn er
te over, mits in overleg met haar. Als een oude
man, licht kinds nu, op reis in mijn huis, herwin
ik langzaam mijn lief. Wij zijn niet meer alleen.

Uit orchideeën, pompoen, glaswerk en borden
worden wij herboren – het is zoals Cyrulnik zei:
Het is niet voldoende geboren te worden,
zichzelf ter wereld brengen hoort er ook nog bij.

Paul Bezembinder

Een nacht in het veld

Met boven ons een sterrenkunde zonder God,
onder ons een ksanavada in een Hilbert-space,
de oorlogsgod gereduceerd tot rode polkadot,
zwervend langs een zwerk waarin voor vrees
geen plaats is meer, is deze koude winternacht,
helder als hij is, het ideale kerstgeschenk.

Ik kom met lege handen aan, met wat ik heb
bedacht – of ter plekke nog bedenken zal,
alsof de kleine affirmatie van Descartes
mij helpen kan nog op het laatst uit alle macht
de wereld in mijn hoofd te redden van de schapen-
stal. Maar helaas: er wordt op mij gewacht.

Paul Bezembinder

Paul Bezembinder studeerde theoretische natuurkunde in Nijmegen. In zijn poëzie zoekt hij in vooral klassieke vers­vormen en thema’s naar de balans tussen serieuze poëzie, pastiche en smartlap. Zijn gedichten en vertalingen Russisch-Nederlands verschenen in verschillende (online) literaire tijdschriften. Meer lezen? www.paulbezembinder.nl © Paul Bezembinder voor de gedichten op deze pagina. Foto’s Odysseus, pauwenveren, sterrenhemel: Pixabay license. Vrij voor commercieel gebruik. Geen attributie noodzakelijk. De gedichten op deze pagina verschenen eerder in een interview in Meander Magazine resp. in een recensie op pomgedichten.nl.