Jolies Heij

Jolies Heij

Jolies Heij is podiumdichter en treedt overal op waar de poëzie haar maar brengt, van Rotterdam tot Leipzig en van Basel tot Groningen. Inspiratie krijgt zij van dwazen, dronkenmannen, verliefden en andere verdwaalden, wier duistere impressies zij in woord en beeld tracht te vatten. Zij weet in haar poëzie deze ruwe kristallen van het leven te laten schitteren in een verrukte of ‘verrückte’ gruwelijkheid, voor wie nog gelooft in de poëzie van de schone bloemetjes en bijtjes. Zij stond vier keer in de halve finale van het NK Poetry Slam en in 2016 verscheen haar debuutbundel Lolita zei.

***

Je droeg een schreeuwerig horloge om je pols

en de tijd stond even stil. Ik nam mijn laptop
op schoot die ik met een doffe klap weer opendeed
en zocht je profiel, we schreeuwden van nietsnut
ga terug naar je eigen land, ik wilde je vasthouden

dat vermaledijde scherm in, ik knipperde met mijn ogen
tegen de letters en liep achteruit jouw ogen uit, je kamer in
waar het verboden geluk begon en we steeds meer lieve kleinoden
onder onze oksels stopten en spijt om wat verdekt bleef

niet bestond tot die middag in de wachtkamer toen je me
ophaalde, me aansprak met een vreemd accent, je wist niet hoe
een ontstelde dichter te helpen, ik keek naar je, was verliefd
vroeg de secretaresse je naam te spellen en zei niets.

Jolies Heij

Wereldreiziger

Je vraagt me steden te noemen
om te sterven na Napels
te hebben gezien.

Ik heb in iedere stad een plek
tussen de stenen, in de groeven
van het bestaan.

Nergens gaan de honden liggen
overal schuimen blagen
trekken fanfares door de straten.

Ik draag de plattegronden
op het hart, memoreer ansichten
uit het hoofd.

Maar de stad die van ons samen is
moet nog worden gebouwd
uit piepschuim of van karton.

Ik was een toerist in de stad
die jij in alle haast hebt verlaten
je liet de poort openstaan.

Jolies Heij

‘Poëzie is overal, je hoeft alleen maar je oor te luisteren te leggen.’ – Jolies Heij

Schaduwvrouw

Ze leeft in pauzes
zo komt ze schonkig in schutkleur naar mijn tafel
ze bot uit tussen twee ademteugen in
de tijd die nodig is om uit het nest te vallen
en onder boomwortels te verdwijnen.

Ze is van het zwijgen
van harige woorden als ingeslikte uilenballen
als geen ander verstaat ze de kunst
om tussen slapende honden door te laveren
te slalommen op het parcours van de diplomatie.

Ze komt naar mijn tafel met een paraplu vol lekkend verdriet
haar borstkas van doorzichtig overtrekpapier
waardoor het rafelige hart steekt
ze bestaat enkel tussen de regels
ze is de bleke afgietsel van zijn gouden ring.

Schrijf mij een gedicht, zegt ze, het wachten gewend
schrijf mij over liefde, te ijl voor de wind, te wit voor de dag
te rood voor de avond, te zwart voor de schaduw
te zwaar voor de vinger, als tweelingzielen bestaan
waarom dan met de rug naar elkaar toe

Ik zie de afdruk van haar pijn, de glazen bol
waarin ze recht op de wand afkoerst, de scherven
waarmee ze het hart opgraaft
ik neem ongemerkt haar plaats in, bind haar mond voor
stuur handkussen, speel haar minnaar in vuur en vlam.

Jolies Heij

Inboedel

ze zijn het gevorkte wezen, door de tijd in elkaar gehaakt
ingekapseld in die kelk van vruchteloosheid

het koord vlindert om zijn nek, het bovenste knoopje los
de enige vingerwijzing van verzet, zijn rebellie

geldt allang niet meer haar, maar god en de wereld
en wat er niet deugt aan de romantiek van uilskuikens

de corruptie van suikerspinkijkers, zij heeft het zuur geproefd
en krijgt de smaak niet meer uit de mond gespoeld

de neergedwarrelde jaren liggen als korsten op haar gezicht
de confetti is ingeblikt, het vergeefse roepen gesmoord

samenzijn is een manier van leven geworden
een patstelling op het schaakbord, leeslamplicht

aan de andere kant van het bed, een zweem van schoot
geurt nog in zijn vermoeide neusgaten, er huist een wolf in hem

een leeuwin in haar, maar die zijn niet voor elkaar bestemd
ze kunnen slechts woordloos beamen, elkaar bestendigen

de vuile was bij de ander neerleggen, ze zijn elkaars boekensteun
bang voor het omvallen, wat er mist is een lege ruimte

waar takken uitbotten, een in elkaar grijpen zonder houvast
maar om het pure reiken, iedere wildgroei wordt geknot

Jolies Heij

© Jolies Heij (2020) voor de gedichten en de auteursfoto op deze pagina. Foto Napels: OrnaW, Pixabay, rechtenvrij, no attribution required. (link)