Julius Dreyfsandt zu Schlamm

Julius Dreyfsandt zu Schlamm

In het Vondelpark

het regent in het Vondelpark
letters vallen met bakken uit de hemel

zou hij alsnog zijn oude schrift
over mij uitstrooien
en strofen weer doen zijn
als de aarde is
stof en nu even erg nat

plassen vangen
zwaardere woorden op
het helpt zijn taal te verdunnen
naar hedendaagse herkenning
vlak, dun, licht of schreeuwerig
in de kringen op het asfalt

langs paden zingen bloemen
hun reuk door het waas
van een zuchtende nevel
prikkelen de geest tot een “Regenbogen”
van droefheid naar verwondering
en doorweekte pijpen tot de koude rilling
over mijn rug

als ik haar zie lopen
onder een zwarte hoed op hoge hakken
zij wipt haast teder met haar lange benen
over verdronken inkt van de oude meester

ja, zijn park was een moestuin
met lyrisch onkruid
dat weet ik wel zeker

Julius Dreyfsandt zu Schlamm

Tabernakel

al wat ik schrijf
met blauwe inkt
blinkt maar voor kort
het licht verdampt mijn woorden.

geschreven in rood blijkt het
de kleur van de lokkende dood
de zon zal allengs
ook deze letters vermoorden.

het langst blijven
mijn ongeschreven gedachten
die kras ik zonder vocht op papier
de vingers bespelen dan mijn ziel
of luisteren naar mijn hart

je zet de deur op een kier,
maar de tocht neemt alles mee.

zo vergaat het de mens al jaren
waarom zou ik nog praten over
datgene wat ieder al weet,
overal en hier,
eeuwige liefde kan je niet bewaren

een vers in het donker,
geschreven en gebleven,
gaat heel lang mee
in de kluis van de duisternis
geloof en de hoop rusten daar in stilte
met hun wensen in wit gedrukt
zij waken over alles wat ik mis

Julius Dreyfsandt zu Schlamm

La vie en rose

het leven laat los
ik voel het al even
verwachtingen geraken
bros en wat is geweest
lijkt voorbij te zweven

wat ik ooit heb geplant
staat verreikend in bloei
vruchten doen mijn ogen blinken

ook is het meer aanschouwen
op een fragiele afstand
en hoor veel in een echo klinken

het leven laat los
terwijl de tijd vervliegt
ik ben tevreden;
heb in het ademen gewiegd

en ervaar steeds vaker
de volheid van heden
in een innerlijk gevoel
en minder in koude rede

Julius Dreyfsandt zu Schlamm

Eeuwig moment

zodra mijn vingertoppen
de witzwarte ladder beroeren
neemt iets mij bij de hand
ik kan dan zo maar niet stoppen
een verlangen laat zich vervoeren
onaantastbaar voor het verstand

de ogen sluiten zich als vanzelf
en mijn omgeving laat ik achter
ik ga onderweg, weet niet waartoe,
naar ergens waar ik klanken delf,
de bodem is er zachter terwijl
een melodie rijpt, ik weet niet hoe

de reis voelt als eeuwig aan
en het zijn is dan onder – bewust
er vormt zich een balkloos gedicht
waarvan de noten bij het ontwaken
in een vredige slaap lijken gesust;
doch door het heffen van een deksel
is mijn ziel wonderbaarlijk verlicht

Julius Dreyfsandt zu Schlamm

 

Julius Dreyfsandt zu Schlamm (1948) heeft zijn interesses in de loop der tijd kunnen uitwerken en combineren. Poëzie, muziek, talen en verbindingen met mensen vormden door de jaren heen de basis die hem motiveerde. Eerst in 2003 publiceerde hij zijn eerste gedicht buiten de deur – een periode van zoeken ging daaraan vooraf.

Zijn werk kent vele invalshoeken. Voordrachten/presentaties in samenwerking met o.a. organisten, barokensemble, radio, tv, fotograaf en andere dichters zijn voorbeelden daarvan. Een aantal bundels is inmiddels gepubliceerd; hij heeft zich voorgenomen er nog één te laten verschijnen. Hij schrijft voor lokale kranten, geeft gastlessen IPC en heeft een eigen YouTube-kanaal met creaties en recitatie. In 2015 richtte hij het ‘Schrijverscollectief Meierij’ op en breidde dat begin 2020 (met hulp van velen) uit tot het breder digitaal cultuurpodium Collegium Aude Ameyde.

© Julius Dreyfsandt zu Schlamm (2020) voor de gedichten op deze pagina. Openingsfoto Julius: Anja Tekelenburg, met toestemming. Foto achter­grond: Image by StockSnap from Pixabay, free for commercial use, no attribution required. (Link.) Overig foto­werk: Julius Dreyfsandt zu Schlamm.