Lucia
Ach ja – weet je nog – toen we botsten
om het hardst tegen elkaar op de kermis
wij samen de roos probeerden te vangen
met een zuurstok en twee suikerspinnen na
je me deed oprichten, de pluim voor je ving
hoe onbevangen, hopeloos jong we waren
een paar uur, dagen een heel leven scheen
en tijd, gaten ging slijten in ons beiden
we uitvlogen en de einder zochten tot
de maat der dingen begon te wringen
onze voet de Italiaanse laars ontgroeide
ging knellen en Mefisto het overnam
het pad van voortgang en aanpassing
ik nooit vergeten zal hoe jij, Lucinda
me het licht liet zien – je stralende blik
in de rups van die pre-coronatijd toen
afstand nog compleet ondenkbaar
ik nooit vergeten kan – elk jaar opnieuw
hoe de zomer – zij het in semi-lockdown
ons om een nieuwe kermis roepen blijft
Cartouche
Laat
Laat de vrieskou van het vaderland
maar tieren tegen het vel van de huid
zich hechten aan de schelpen, het zand
van stranden in mijn ooghoeken waaien
zich vastbijten in de lellen van het vlees
het deert noch vreest de beet van winter
waar het zich gedragen weet door sporen
– hamer en aambeeld – van een smidse, de
stijgbeugel van de merrie in zijn midden
die hem aandrijft, buigt en strekt
het knisperen, flikkeren van vuur
door geen getij of tijd te temmen
te doven zolang zij hem het oor leent
naar zijn hand komt, maar tam is ze niet
ze verlangt zich te verliezen als ik evenzeer
uit te breken uit de leegte van een kamer
naar het plateau waar niets boven en niets onder
geen ruimte links en rechts alleen dag en nacht
waar licht en donker zich constant splitsen
haar flanken mijn kussen
Gérard Vromen
Moeder
Moeder, ik mocht je niet
verzoeken zolang jij tussen ons
mij onder hoede het kwaad leerde
scheiden van het goede en zwijgen
voorhield als verfijnd trapezewerk
in de contramine zijn vond ik vroeg al
stoer, vloeken werd een tweede natuur
en kunst, hoog of laag, laat staan
leren of spreken in het openbaar
sprak me voor geen meter aan
pas nu ik je weer zie zitten
aan het hoofdeind van ons stapelbed
en niet meer tellen kan hoeveel
te weinig ik jou heb lief gezegd
nu alleen nog in zwart op wit
heb ik je en zal ik je bewaren
Gérard Vromen
De dag raakt de nacht
Dat het ooit zo ver zal komen
een paar strepen in de kantlijn
van je nog onuitgegeven dag- en
brievenboek over de kunst van het
liefhebben, van sneden en kleuren
dat je in hoogglansdruk en hoe
een heerlijk zootje het was en is
de op- en afstap – dag en nacht en
vooral het niet te beschrijven stuk
dat tussen de liefde en de leegte
van zin, waan en weer zin samen
gebald in de huid van een gezicht
de vingers van een hand, die je blijft
natellen een leven lang tot alles oplost
in het geel van een schoorsteenmantel
herinnering dat er geen delen is
geen vuur zonder as
geen mij zonder jou
Gérard Vromen
D’n daag van de moeëdersjproak
De ieësjte wuërd in het laeve
kris te và de mam gelierd
ze zint aeve onmisbaar wiej
het vunkelhoot vuur de vlam
Gérard Vromen
De dag van de moedertaal
De eerste woorden in het leven
Krijg je van je moeder geleerd
Ze zijn even onmisbaar als
Het aanmaakhout voor de vlam
Gérard Vromen
Día de la lengua materna
Las primeras palabras en la vida
Las aprendes de tu madre
Son tan indespensables cómo
La leña para la llama
Gérard Vromen
Gérard Vromen, als onderwijzerszoon geboren en getogen in Limburg, studeerde geschiedenis in Nijmegen, verkaste naar Brabant, werkte in het archiefwezen en woont alweer sinds lang in Eersel, Parel van de Kempen.
Van jongs af aan geboeid door taal in al haar facetten, begon hij, gegrepen door het werk van J.J. Slauerhoff tijdens een verblijf in Friesland, pas op latere leeftijd, rond zijn 55e, ook zelf poëzie te schrijven. Onder zijn alias Cartouche of eigen naam aanvankelijk ook in zijn Limburgse moeder/streektaal, en sinds kort tevens in zijn niet-aangeboren Spaans.
In den lijve voordragen (zoals eerder in Amsterdam, Roermond, Breda, Maastricht bijvoorbeeld) zul je hem niet gauw zien, behalve in Eindhoven e.o. Hij publiceerde tot nu toe spaarzaam op internet, in enkele tijdschriften en verzamelbundels en zat eenmaal bij de top 100 van de Turing gedichtenwedstrijd. Het bezit van een eigen bundel had nooit zijn prioriteit, maar die eersteling mag er onderhand nu toch wel een keer van komen.
Openingsbeeld: Image by PGM from Pixabay. Pixabay License: Free for commercial use, no attribution required. (Link)