De Haagse Meeuw

De Haagse meeuw is van een bijzonder soort
Loert op je haring bij Simonis of Haringkraam Buitenhof
Krijst ook in het Haags dialect en dat is wel lekkâh grof
Heeft letterlijk schijt aan je, als je tot 020 behoort

Heeft een bloedhekel aan zijn neef de trotse ooievaar
Voelt zich thuis in de Schilderswijk en Moerwijk
Voelt zich daar bij de afvalbakken de Koning te Rijk
Komt zelden naar de kakkkineuze omgeving van Wassenaar

Is hij de drukte van de Haagse binnenstad goed zat
maakt hij de pleiterik en vliegt hij binnen de kortste keren
naar het rustieke duingebied bij het Zwarte Pad

Vanuit een hoog perspectief ziet hij de Residentie in hoger sferen
Brutaal als een Haags schoffie, ogen die spreken, “ja, had je wat??”
Een prachtig Haags icoon, zie hem graag door de lucht scheren

Cor van Welbergen

Gouden uren

In de vroege ochtenduren aan de Scheveningse kust
Voetstappen in het zand langs de vloedlijn
Schelpen op het strand, horizon wijds, de mens klein
De hectische onrust wordt door de golven gesust

Aan het einde van het havenhoofd tuur ik naar niets
De oranje morgenzon verlicht de vissersboten op zee
Meeuwen laag vliegend voor de boeg, vliegen krijsend mee
De krantenjongen, met een volle tas, trappend op zijn fiets

In het koffiehuis Leny, het aroma van een vers bakkie pleur
Zwijgende mannen, lopend lang de tweede binnenhaven
In de Keizerstraat opent de bakker, heerlijke verse broodgeur

Achter de kerk, zwarte raven op eeuwenoude graven
De eerste lijn elluf, piepend bij de keerlus, opent zijn deur
Gouden uren op Scheveningen, daar mag ik me graag aan laven

Cor van Welbergen

Verdwenen

Verdwenen
Als de eb voor de vloed
Vervagend jouw voetspoor
Voel nog je hand in die van mij
Schelpen knarsend onder mijn voet
Misthoorn golft zijn signalen
Je fluistert zachtjes in mijn oor

Mistflard rond mijn hoofd
Plotseling zie ik jouw gezicht
De zon breekt weer door

Verdwenen
De horizon is weer zichtbaar
In de wolken nog vaag
de lokken van je blonde haar

Cor van Welbergen

Goed en wel beschouwd

Alles goed en wel beschouwd,
ben ik toch het liefst op het Lange Voorhout
Veel steden heb ik gezien, van Groningen tot Maastricht
Maar voorbij de Hoornbrug, wil ik eigenlijk al terug
En in Amsterdam kom ik alleen als ik daartoe wordt verplicht

Heus vele landen op de wereld zijn door mij bezocht
Van Mexico tot de gordel van Smaragd
Van de Taj Mahal in India tot de piramides van Egypte
Toch drink ik liever bij Bodega de Posthoorn mijn gerstenvocht

Daar waar de schelpen knisperen onder mijn voeten
Daar waar de bladeren ruisen in de felle herfstwind
Daar waar ik de Gouden Koets zag als klein kind
Daar waar de leeftijd is bereikt van het niets meer moeten

Londen, Parijs, Berlijn, Rome, Madrid en Praag
Prachtige steden, had ze echt niet willen missen
Maar waar mijn hart blijft laat zich eenvoudig gissen
Het veert op bij het zien van eindbestemming Den Haag

Alles goed en wel beschouwd,
ben ik toch het liefst op het Lange Voorhout

Cor van Welbergen

Cor van Welbergen woont en werkt in Den Haag, een stad die een grote inspiratiebron voor de dichter is. Van zijn hand verschenen sinds 2010 de bundels Haags Hart (2011), Heldenplein Huivert (2011), Lijn Elluf (2011), Voorjaar op het Voorhout (2012), Het Torentje tuurt (2012), Stilte in woorden (2013), IJsje in Den Haag (2014), Verbonden in verbinding (2015), Zicht uit zee (2016), Haagse momenten (2017), Knisperende schelpen (2018), Het Haagse licht (2019), Den Haag mijn Valentijn (2020) en Onbestemd (2021).

Over Het Haagse Licht: “Cor van Welbergen bezingt in deze bundel Den Haag en Scheveningen in alle kleuren. Van de weemoed van vroeger tot het moderne leven van nu. Een heerlijke bundel moois.” – Wieteke van Dort

Foto: Jordy de Ruiter & Sandra Mol (2019)

© Cor van Welbergen (2021) voor tekst en foto Den Haag. Portretfoto: Jordy de Ruiter & Sandra Mol (2019), geplaatst met toestemming. Foto zeemeeuwen: Picture by Foolhouse from Pixabay. (Modified.) Free for commercial use, No attribution required. (Link.)