Bob Kalkman

Bob Kalkman

Rozen plukken

Mocht ik slapen tot de dood
vertel mij van het leven
laat mij nog even weten
hoe het werkelijk was

Hef het glas
om aan te stoten
je verheven woorden
uit te spreken
alsof niets
mij meer kan breken
als net ontsproten loten
ontloken
in het struikgewas

Ik luister met gesloten ogen
zie beelden die vermogen
mij te troosten
in tranen van geluk

In het aanzien ben ik stuk
geknakt gebroken
pluk ik rozen
voor mijn eigen graf

Soms is een leven af

B’Kalkman

Vergeten regen

Stil vraag ik de nacht om mee te waken
en raak met vingers oude huid
getaand, gerimpeld, liggend op het witte laken

verscholen achter het zware bonken
ligt wat nooit naar buiten komt
stilzwijgend achter diepste pijn verzonken

ik geef het zware woorden die niet kloppen
waardoor elke deur gesloten blijft
en ik het weg moet blijven stoppen

schaduw verhaalt van aanwezig licht
de bron wil zich niet laten vinden
mijn vingers strelen geschrokken mijn gezicht

zo lig ik totdat ik aan slaap ontstegen
mijn adem gedachteloos laat gaan
en tot de ochtend huil om vergeten regen

B’Kalkman

Doodgezwegen

We schreven 1972
en bleven vrienden voor het leven
zo zei jij

Ik was blij
een vriend als jij had ik nog nooit gehad
zo gingen we van onbeschreven blad
naar klad
tot getekend uitgetekend

Ik had kunnen weten

Jij bleef voor ieder steeds het lot
uit de loterij
ook voor mij totdat
uitgerekend jij
mij middels radiostilte verried
zelfs toen ik stierf
wist jij mij dood te zwijgen

Zo werd ik weggesmeten

Hoe zwart het lied
dat ik over vriendschap nog kon schrijven
wetend dat echte vrienden ook niet blijven

Klop niet meer aan
ik zeg niets meer
ik ben mijn weg alleen gegaan

Nu jij

B’Kalkman

 

Hemels zijn

Weet je:
die nacht dat de wacht vertrokken was
en de erkers slechts voor mij alleen
is mij het lachen wel vergaan

Er zouden engelen waken en het scheen
dat er licht kwam van de sterren
(maar) met alle luiken dicht
kon ik niet aan het duister wennen
en het donker niet ontsnappen

We werden één

Ik heb gesmeekt, geschreeuwd
naakt knielde ik op het kille leem
schreef lange brieven in mijn hoofd
te verdoofd om op te staan
laat staan een bede te versturen
er was geen weg om in te slaan
ruimte werd mij niet gegeven

Zo wil een mens niet leven

Vegeterend mediteren leerde mij
te leven in het niks en zonder have
zonder tijd mocht alles duren
lessen zitten in het water
ook al stroomt het vaak
langszij de pijnen
die ongeneesbaar zijn

als je je weet te laven aan de druiven
in plaats van wijn
zal helderheid in licht verschijnen

want

wie naakt en rein de hel aanvaardt
ervaart het genot van hemels zijn

B’Kalkman
20-01-2020

Bob Kalkman (Amsterdam, 1960).
Door de vele verhuizingen in zijn jeugd kent hij geen echte ‘roots’. Toch woont hij nu al 40 jaar in Nijmegen. Hier deed hij de lerarenopleiding Frans en Engels om vervolgens, met plezier, 25 jaar in het onderwijs te werken.
Taal was thuis erg aanwezig, waarbij woordhumor een grote plek innam. Bij op­stellen schreef hij altijd verhalend, nooit betogend.

Als gevolg van ziekte en de ontdekking van de mogelijkheden op FB (Facebook) stuitte hij op poëziegroepen en begon hij in de nachtelijke doorwaakte en vaak zwarte uren, nu zo’n drie en een half jaar geleden, zelf te dichten. De reacties op zijn geplaatste werk waren positief en stimuleerden om door te gaan. De werking bleek therapeutisch.

Van schrijven naar voordragen was de volgende stap, en zo is hij meerdere malen per maand op diverse poëzie-podia te vinden. Daarnaast werden zijn gedichten in meerdere themabundels en bloemlezingen gepubliceerd. Terugkerende thema’s zijn verbinding, aarden, sterven en wederopstanding, en omgaan met pijn.

Zijn eerste bundel Magisch depressief wordt half april (2020) verwacht. Voor wie niet kan wachten is een bezoekje aan zijn FB-pagina de moeite waard. Liken mag.

© Bob Kalkman (2020) voor tekst en beeld op deze pagina.