In rook opgegaan

de zonnestand
draait aan de knop
van mijn geheugen,
de invalshoek van het licht
speelt mijn leven na
op het groene doek
van mijn jeugd,
bij vers gemaaid gras
zaaien kinderstemmen
Oost-Indische kers
tot hun roep verstomt
in de kruidige nevel
van dovend najaarsloof

schoorsteenrook laat mij geloven
dat de huizen groter
en mijn stappen kleiner worden,
bij krakende vorst loop ik
nog eens naar mijn oude klas,
proef ik de bevroren schoolmelk
die ik vergeten was

mijn zintuigen zuigen
het aroma op
van klinkend licht
geurende smaak
en beeldend geluid,
zij troosten het hart dat stilstaat
bij wat in rook is opgegaan

Stan Mooij

 

In lichterlaaie

in de kleine fabriek
gipsen haar slanke handen
de fitting vast
op de glasballon

in de schaduw van
het gloeiend peertje
komt het eerste
lampenmaakstertje tot bloei

bij opkomend licht fietsen later
de lampenmeisjes naar
de Witte Dame en schieten zij
de toren in vuur en vlam

de zevenkantige toorts wordt
nog altijd op handen gedragen
door de zeven wijken, die de stad
hebben gedicht tot wat hij is

onverwoestbare Philipstrouw,
gevoed door krachtstroom,
in elkanders schroefdraad
geaard en gehecht

het frêle meisje houdt de lamp
recht naar het licht, voortaan
zal de stad het duister verblinden
en ieder verbinden in lichterlaaie.

Stan Mooij

Ushuaia Hotel

onze kinderen waren op deze plek,
de gevels bedekt met stenen bloemen,
metalen vogels scheuren de hemel open
en landen vol testosteron op het hete beton

in de lounge lopen reuzenmieren op het
plafond, hier ontpopt zich het extravagante,
in kerosinedampen chillen yuppen op hun
hemelbed als larven in luxe cocons

na hun metamorfose deint in de avond bij
lila laserlicht hun paringsdans, uitzinnig,
waait hun hartslag over de baai tot waar de
geluidsgolven aanspoelen op ons balkon

de cadans van hun moves brengt ons in
trance naar de nachtwolken, die nog even
worden beschenen door de verdwenen zon

Stan Mooij

Bungeejump to paradise

met een hamerend hart
kijk ik omhoog,
een halo spant de boog
waar ik doorheen zal springen
naar wie ik lief heb gehad

ik heb mijn grenzen gezocht
in de afgrond van
mystieke verten,
als door elastiek, met mijn
oorsprong verbonden

stilaan de veerkracht van mij
en mijn naasten versleten,
zal ik, ontworteld, in een
vrije val, op mijn bestaan
te pletter slaan

mijn longen hijgen naar lucht,
mijn zucht naar leven heb ik
opgegeven, sneeuw hangt
ademloos stil als ik opstijg
voor mijn sprong

mijn teugels liggen gevierd om
nooit meer op te veren,
het valscherm van herinnering
dekt mij toe waar ik mij
van mijn toekomst heb bevrijd

Stan Mooij

Stan Mooij (Eindhoven, 1947) is deze eeuw gaan dichten. Hij won in 2008 de Literatuurstimuleringsprijs Eindhoven en daarna verschillende andere prijzen. Zijn bundels Doorlopend Stilstaan (2010) en Sluitertijd (2017), beide verschenen bij uitgeverij Kontrast in Oosterbeek, kregen goede recensies. In zijn derde bundel Van eb Naar vloed Naar eb (verwacht medio 2022) zet Stan Mooij de lijn van zijn twee eerdere bundels voort: ook deze bundel biedt filmische poëzie, waarin hij terugblikt op voorvallen in zijn leven en op de melancholie van het voorbijgaande. Zijn dichtbundels zijn te koop bij bol.com, bij uitgeverij Kontrast en bij boekhandel De Traverse in Son. Voor meer informatie over Stan Mooij zie: www.stanmooij.nl

© Stan Mooij (2022) gedichten. Images: (1) Fire: picture by Tomasz Sienicki (2005), 2×1 cutout, available under CC BY-SA 3.0 (link); (2) Bungee jumper: picture by Jeremy Bezanger, 2×1 cutout, Unsplash license (link); (3) Lampenmaakstertje, kunstwerk van Jos van Riemsdijk uit 1966. Foto van user Lempkesfabriek (2003), beschikbaar onder CC BY-SA 3.0 (link); (4) Auteursfoto: copyright Stan Mooij (2022); (5) Clubbing: picture by Mark Angelo Sampan, Pexels.com-license (link); (6) Foto omslagen dichtbundels, geplaatst met toestemming uitgeverij Kontrast, Oosterbeek.