Voetwassing aan zee

Vandaag alle verdriet en misère op het Scheveningse strand,
Door de koude, felle wind uit mijn geest weg laten waaien.
De zilte zeelucht prikkelde mijn neusgaten.
Gretig snoof ik de pittig kruidige geur diep in mij op.

Onder de voortjagende wolkenluchten, lieten mijn voetstappen
In het natte zand diepe afdrukken na.
Mijn handen en gelaat verwarmd door de zon. Terwijl haar
milde zonnestralen mij koesterend omhelsden.

De stuivende wind blies de keiharde, fijne
Zandkorrels in mijn gezicht en haren.
Alsof ik door duizenden kleine vogeltjes gepikt werd.

Moeizaam optornend tegen de harde, gierende wind,
Die mijn oren pijnigde, moest ik worstelen
Om overeind te blijven.

Naderbij gekomen keek ik naar de aanstormende golven
Van de branding, die bruisend uiteenspattend,
En in duizend druppeltjes mijn gezicht en handen besproeiden.
Ik proefde het zout op mijn lippen.

Plotsklaps overspoelde het zoute, onstuimige water
Mijn voeten, terwijl ik, omhoog kijkend, naar de verre Hemel staarde.
In stilte een gebed opzeggend tot U mijn Heer, mijn God.

Uw directe antwoord verraste mij compleet.
Uw Zee waste mij de voeten!
Een geluksgevoel doorstroomde mij,
Ik voelde mij wonderbaarlijk gereinigd!

Irene Verheij

Irene Verheij woont sinds 1954 in Rotterdam, waarvan vier jaar op de Graansilo Maashaven. Zij schrijft sinds juni 2015 gedichten en korte verhalen over o.a. Rotterdam Zuid. Irene is lid van dichtersgroep Literaire Oogst Rotterdam Zuid en van dichtersgroep Zwervende Woorden, en brengt haar werk regelmatig op de podia van de Poëzieclub Eindhoven.

Zij zegt over haar poëzie: “Ik probeer de kern van menselijke geest te vatten, de liefde van mensen en hun inzet voor het leven van andere mensen, hun waardevolle aanwezigheid. Dit alles tracht ik mijn in gedichten om te zetten, met zoveel mogelijk eenvoud in mijn teksten. Mijn eigen (soms ludieke) belevenissen beschrijf ik graag in mijn gedichten en ik houd ervan de mensen (het publiek) te raken in hun hart en ik vind het ook fijn ze lekker te laten lachen!”

Gedicht © Irene Verheij 2021. Tekening © Margreet Tom-Stokvis 2021 (met toestemming).